Programma Licht beduimeld...
03-10-2007 - Op vrijdag 23 november 2007 organiseert de NBV in de Koninklijke Bibliotheek een symposium over lees- en gebruikerssporen in handschriften en boeken en op internet.Onder de titel 'Licht beduimeld...' zal een achttal vooraanstaande sprekers lezingen verzorgen over dit interessante onderwerp, waar in het Nederlandse taalgebied nog weinig aandacht aan besteed is.
Programma
Dagvoorzitter: Boudien de Vries (Universiteit van Amsterdam, Vakgroep Geschiedenis en oud-voorzitter NBV)
|
9:30 u. |
Ontvangst met koffie en thee |
|
9:50 u. |
Opening door Bubb Kuyper, voorzitter NBV |
|
10:00 u. |
Heather Jackson |
|
10:40 u. |
J.P. Gumbert |
|
11:20 u. |
Goran Proot |
|
12:00 u. |
Lunchpauze |
| 13:00 u. | Bubb Kuyper (veilinghouder in ruste en voorzitter NBV) Laveren tussen ‘ideal copy’ en ‘with all faults’. Een terugblik op twintig jaar veilen van boeken, manuscripten en grafiek Voor een wereldwijd opererend veilingbedrijf van boeken, manuscripten en grafiek is het van levensbelang dat de beschrijvingen in de catalogus een getrouw beeld oproepen van alles wat er aan extra’s wel of niet in de boeken en manuscripten, op de prenten wordt aangetroffen. Naar welke extra’s zijn de verzamelaars op zoek? En wat hebben ze daarvoor over? Hoe zwaar weegt het ontbreken van bijvoorbeeld stofomslagen, van illustraties, van de oorspronkelijke band, het aanwezig zijn van vlekken, van onderstrepingen? Een kijkje in de keuken van een papieren veilingbedrijf. |
| 13:40 u. | Johan Oosterman (hoogleraar Oude Letterkunde Radboud Universiteit Nijmegen) Het gelijk van de lezer. Over de bijna primaire receptie van vroege drukken. De primaire receptie van laatmiddeleeuwse teksten laat zich vaak lastig reconstrueren. Er zijn nauwelijks getuigen van de manier waarop teksten werden ontvangen. Toch zijn in vroege drukken de getuigen talrijker dan uit studies en tekstuitgaven blijkt. Aantekeningen van contemporaine lezers zeggen iets over de manier waarop zo’n tekst verstaan werd en zijn daarmee de meest tastbare receptiegetuigen. Maar ze wijzen vaak in een andere richting dan de moderne onderzoeker verwacht. Een lezer van de Elckerlijc begreep het complexe rijm van de tekst niet en een lezer van Anna Bijns’ refreinen ziet in haar een profetes die de beeldenstorm voorspelde. Ze lezen de teksten anders dan wij verwachten. Maar lezen zij verkeerd of deugen onze reconstructies niet? |
| 14:20 u. | Theepauze |
| 14:50 u. | Wiel Kusters (hoogleraar Algemene en Nederlandse Letterkunde Universiteit Maastricht) ‘Wel! en lees je graag in mij?’ Pierre Kemp kleedt zijn boeken aan. In de boekenkast van de dichter Pierre Kemp (1886-1967) was het een vrolijke boel: de boeken stonden er in kleurige ‘kleedjes’ van vliegerpapier achter glas. ‘Tegen het verschieten,’ was Kemp geneigd te zeggen tegen bezoekers. Maar er is over de wijze waarop de dichter zijn boeken kaftte, en de achtergrond daarvan, wel wat meer te zeggen dan hij hier in geveinsde nuchterheid doet. In zijn lezing, waarin hij onder meer citeert uit brieven aan en van de typograaf en boekwetenschapper G.W. Ovink en de literaire criticus C. Bittremieux, gaat Wiel Kusters na hoe Pierre Kemps praktijk van het kaften paste in het geheel van zijn dichterlijke wereld. |
| 15:30 u. | Dirk van Hulle (Universiteit Antwerpen, departement letterkunde) Becketts bibliotheek Samuel Beckett schreef niet zo erg veel in de marges van zijn boeken, maar de schaarse marginalia verraden al in de vroege jaren dertig (bijvoorbeeld in zijn exemplaar van Marcel Prousts A la recherche du temps perdu) de zeggingskracht en precisie van zijn woordeconomie. Zelfs simpele potloodstreepjes en ezelsoren kunnen van belang zijn, niet alleen voor de interpretatie van zijn gepubliceerd werk, maar ook voor de studie van zijn poëtica. Centraal staat de vraag hoe deze leessporen geďnventariseerd, gevisualiseerd en ingezet kunnen worden in de tekstgenetische studie van Becketts werk. |
| 16:10 u. | Adriaan van der Weel (Hoogleraar Geschiedenis van het Nederlandse boek in de negentiende en twintigste eeuw, Universiteit Leiden) Digitale archeologie Ook in de digitale wereld laat de lezer sporen na. Soms gebeurt dat bewust, veel vaker echter onbewust en onbedoeld. Dat kan heel vervelend zijn, want terwijl men in zijn eigen bibliotheek meestal van pottenkijkers gevrijwaard blijft tot na de dood, is het wereldwijde web voor iedereen toegankelijk en zijn gebruikerssporen onmiddellijk na te trekken. Sterker, naar die sporen wordt bewust gezocht, zowel door goed- als door kwaadwillenden. Aan de hand van spraakmakende voorbeelden worden in deze lezing de gevaren en consequenties van het digitale lezen belicht. |
| 17:00 u. | Afsluiting en receptie |
| 18:00 u. | Einde |
Algemene informatie over het symposium.